| Slotwoord studie "Regionale schokbestendigheid van de Oost-Vlaamse economie" (7/12/09) |
| Het is mij een genoegen om eens te meer een publicatie van de studiedienst van het Huis van de economie te kunnen voorstellen. Deze samenwerking van studaxen uit het Huis van de economie, werkend onder de leiding van directeur Hedwig De Pauw, heeft in een korte periode al een mooi palmares bijeengeschreven. De Sociaal-economische situatieschets, de studie KMO's en zelfstandigen in samenwerking met de EROV, een economische kijk op het agrobusiness-complex, medewerking aan de doorlichting van de innovatiesector door de POM... een zeer diverse en kwalitatief hoogstaande "productie".
Vandaag stond er een zware schotel op het menu – de regionale schokbestendigheid van de Oost-Vlaamse economie. De interesse van onze studiedienst voor dit onderwerp werd aangewakkerd door een artikel in het toonaangevende Nederlandse tijdschrift ESB waarin de auteurs een soortgelijk onderzoek uitvoeren voor de Nederlandse economie. In hun studie gaan de Nederlanders nog een stapje verder – zij trekken het onderzoek naar de schokbestendigheid ook door naar de subregio's. Wellicht liggen hier voor de studiedienst nog bijkomende onderzoeksmogelijkheden. Helaas botsen we hier eens te meer op de grenzen van het Belgisch en Vlaams statistisch apparaat. Zo zou het bijvoorbeeld interessant zijn het hier gepresenteerd onderzoek uit te voeren op het RESOC-niveau. Dit kan niet, omdat er geen gemeentelijke gegevens bestaan voor de noodzakelijke statistische berekeningen omtrent de evolutie van de toegevoegde waarde. Misschien kan eventueel gebruik gemaakt worden van tewerkstellingsgegevens. Het loutere onderzoek naar de schokbestendigheid werd door de studiedienst nog aangevuld met een blik op de evolutie van de arbeidsproductiveit in Oost-Vlaanderen en een shift-share analyse. Zoals reeds aangestipt, werd de inspiratie voor dit laatste hoofdstuk gevonden in publicaties van de Studiedienst van de Vlaamse Regering. De resultaten van de studie verbazen ons niet – ze bevestigen vermoedens. Maar vermoedens zijn een ding, het is iets heel anders als je die zwart op wit bewezen ziet. Zoals het feit dat de bouwsector, de metaalproductie en de handel, drie belangrijke Oost-Vlaamse sectoren, sterk tot heel sterk crisisgevoelig zijn. Bouw en handel zijn eerder regiogebonden en zullen niet zo snel wegtrekken naar andere, buitenlandse locaties. Maar de metaalproductie is zeer gevoelig voor delokalisatie. Dit, gecombineerd met de negatieve schokbestendigheid van deze bedrijfstak, moet het beleid tot vooruitziend¬heid dwingen. Hoe houden we de sector hier? En indien het een van de worst case scenarios – sluiting, verhuizing, herstructurering – zich zou voordoen, hoe kunnen we daar als overheid adequaat tegen ageren? Negatief denken is dit niet, enkel realistisch denken. Landbouw en industrie gaan over heel de lijn gezien achteruit qua aandeel in de werkgelegenheid en de toegevoegde waarde. Ook dit is niets nieuws. De Amerikaanse futuroloog Alvin Toffler voorspelde al in zijn boek van 1980, The third wave, de komst van de zogenaamde super-industrial society, een postindustriële maatschappij waarin de informatietechnologie de catalysator is voor de wijzigingen in economie, maatschappelijke structuur en politiek denken. Dit merken we ook in Vlaanderen, waar de overheid er met VIA, Vlaanderen in Actie, naar streeft om van ons gewest een logistieke en innovatieve topregio te maken. Desindustrialisering gaat dan samen met tertiairisering en quartairisering. Maar het eerste proces wordt in Oost-Vlaanderen onvoldoende gecompenseerd door de tweede andere processen. Dit hoeft niet tot ongerustheid te leiden – de overgang van een agrarische maatschappij naar een industriële (Tofflers “tweede golf”) heeft zich in Oost-Vlaanderen ook later voorgedaan dan in de rest van België. En kijk maar naar het industriële weefsel dat zich vanaf de jaren zestig in onze provincie heeft ontwikkeld. Vele regio’s hebben ons dit benijd. Nu nog telt ons industrieel apparaat kleppers van formaat die samen met hun clusters van toeleveranciers voor ongekend welvaart hebben gezorgd. Ik noem hier geen namen – u kent ze allemaal. Maar het succes van het verleden mag ons in niet slaap wiegen, want dan kunnen de uitdagingen en potenties van de toekomst aan ons voorbijgaan. Verder denkend op basis van de premissen die door onder meer Toffler zijn ontwikkeld, komt ook Geert Noels, een van Vlaanderen bekendste economisten, tot de conclusie dat creatieve bedrijfstakken de basis zullen vormen van de toekomstige economische groei, waarin duurzaam ondernemen centraal staat. In deze context kan ik u meedelen dat de Deputatie een studieopdracht wil laten uitvoeren omtrent de economische impact van de vier grote Gentse culturele festivals: de Gentse Feesten, het Internationaal Filmfestival, het Festival van Vlaanderen en het Gents Jazzfestivals. Resultaten van deze studie zullen normaal gesproken in 2010 worden voorgesteld. Dames en heren Dames en heren. Ik wil hierbij graag besluiten. Nog even een praktische slotbemerking. U krijgt allen bij het buitengaan een exemplaar van de studie. Een gekopiëerde versie want de complexiteit van bepaalde figuren heeft er toe geleid dat de drukklare layout pas dit weekend afgewerkt werd. Drukken was dan ook binnen deze korte tijdspanne niet meer mogelijk. We hebben bij de inschrijving uw adressen genoteerd en u zal dan ook binnenkort een gedrukte versie toegestuurd krijgen. Rest mij de aangename taak om u uit te nodigen op een receptie aangeboden door het provinciebestuur. Die receptie vindt plaats in het gezelliger kader van de Hoekzaal in het Provinciehuis, aan de overkant van de straat. Mijn mensen staan klaar om u de weg te wijzen indien nodig. De receptie als netwerkmoment biedt u de kans om vragen te stellen aan de auteurs van de studie. Ik dank u voor uw aandacht en wens u alvast vreugdevolle feestdagen toe. |
| > Terug |
© 2008 - webdesign by Nicolas Moerman