Marc De Buck, gedeputeerde Annie Mervillie, gemeenteraadslid

Openvld

Contact:

Marc De Buck

Gouvernementstraat 1
9000 Gent

Tel.: 09 267 81 26
Fax: 09 267 82 93

Toespraken


Negende Oost-Vlaams economisch forum (17/06/08)
Dames en heren,

Ik mag u,namens het provinciebestuur, de POM en de EROV, ook van harte welkom heten op dit Negende Oost-Vlaamse Economisch Forum, dat dit jaar in het teken staat logistieke bedrijvigheid. De voorbije jaren heeft het provinciebestuur, samen met de POM en de EROV, intens gewerkt aan het opzetten en de realisatie van een doordacht provinciaal sociaal-economisch beleid. Enige jaren geleden werd op dit Economisch Forum het strategisch plan "project 2004-2012" voorgesteld dat door een panel van commentaar werd voorzien. Het jaar erop konden we u "18 acties voor de Oost-Vlaamse economie" voorstellen. Toegesneden op de lopende provinciale legislatuur vormt het Algemeen beleidsprogramma van het Provinciebestuur het bredere referentiekader voor de inhoudelijke prioriteiten van het economisch beleid 2007-2012 en het uitvoerende beleid van de POM in het bijzonder. Tenslotte is ook het economisch regiomarketingplan, dat twee jaar geleden op het Economisch Forum werd voorgesteld, een belangrijke vormgevende inspiratiebron.

Dames en Heren: het vaststellen van sociaal-economisch beleid van een sociaal-economisch programma is geen eenmalige oefening. Integendeel: dit beleid dient bijna constant, van jaar tot jaar te worden bijgestuurd, uitgaande van nieuwe noden, of nieuwe kansen en bedreigingen in de omgeving.

Als we ietwat afstand nemen, dan constateren we dat twee belangrijke factoren de vaststelling van een economisch programma bepalen: de factor plaats en de factor tijd.

Plaats: een economisch programma voor de provincie Oost-Vlaanderen zal er helemaal anders uitzien dan pakweg de bosrijke regio Aquitaine in Frankrijk. Op Vlaams vlak zullen provinciale programma's wel dichter op elkaar aansluiten, maar toch zullen provinciale accenten gelegd kunnen worden. Zo is het duidelijk dat kusttoerisme voor West-Vlaanderen erg belangrijk kan zijn, maar niet voor Oost-Vlaanderen, waar de aanwezigheid van twee havens en de ligging dicht bij Brussel dan weer veel belangrijker zijn. Je merkt ook hoe, doorheen tijd economisch beleid steeds anders wordt ingevuld. In de jaren vijftig en zestig ging alle aandacht naar het aantrekken van buitenlandse ondernemingen. Vandaag ligt de klemtoon dan weer veel meer op de endogene ontwikkeling, het bevorderen van eigen ondernemerschap.

Maar waar ligt vandaag en voor de komende jaren, de klemtoon voor de economische ontwikkeling van Oost-Vlaanderen? Wat zijn de keuzen die we vandaag willen maken? Waar willen we vandaag naartoe met de Oost-Vlaamse economie, welke richting willen we uit? De oefeningen die we de voorbije jaren hebben uitgevoerd, hebben uiteindelijk geleid tot een visie waarbij twee belangrijke hoofdrichtingen van economische ontwikkeling werden vastgesteld. Deze hoofdrichtingen zijn niet alomvattend en ze putten het economisch beleid niet volledig uit. Maar ze geven wél de richting aan waarin Oost-Vlaanderen moet evolueren wil het een welvarende regio blijven, wil het stand houden in de competitieve Europese, globale context.

Enerzijds moet Oost-Vlaanderen verder evolueren naar een uitmuntende kennisregio. Anderzijds moet Oost-Vlaanderen zich verder ontwikkelen tot een logistieke topregio.

Uitmuntende kennisregio – logistieke topregio: ziehier waarop uw provinciestuur met haar uitvoerende agentschappen sociaal-economisch wil inzetten in de komende jaren. In dit alles moeten we zowel bescheiden als ambitieus zijn. Bescheiden: de provincie is geen geïsoleerd gebied. Neen we zijn ingebed in een bredere Vlaamse context die ook diezelfde richtingen aangeeft: Vlaanderen als kennisregio en Vlaanderen als logistieke regio. Hierop zal de minister-president straks ongetwijfeld op terugkomen. We willen ons graag situeren in deze bredere Vlaamse context. Maar we mogen - neen we moeten - ook ambitieus zijn. Oost-Vlaanderen moet de ambitie hebben om het beste deel te worden van de kennisregio Vlaanderen. Oost-Vlaanderen moet de ambitie hebben om het beste deel te worden van de logistieke regio Vlaanderen.

Maar mag Oost-Vlaanderen wel de ambitie hebben om zich een kennisregio, een logistieke topregio te noemen? Ik meen voluit van wel! Kennisregio: de Gentse universiteit is de grootste van Vlaanderen, is omringd door uitstekende hogescholen en heeft krachtige, wereldvermaarde onderzoeksinstellingen die talrijke high-tech spinn offs realiseren. Ik wil over "kennisregio" in het bestek van deze toespraak niet verder ingaan, maar wil u wél wijzen op een belangrijk inititiatief dat op 30 mei jongstleden van start is gegaan: Gent BC of Gent Big in Creativity. Het is een gezamenlijk initiatief van de Universiteit Gent, de POM Oost-Vlaanderen en de stad Gent dat technologisch ondernemerschap en technologische innovatie wil stimuleren in de Gentse kennisregio en deze regio ook op de kaart wil zetten in Vlaanderen en in het buitenland. Gent BC is jong, maar zeer beloftevol en u zult over Gent BC in de toekomst nog veel horen.

Logistieke topregio. Wie de Oost-Vlaamse kaart bekijkt ziet op het Oost-Vlaanderen grondgebied twee havens liggen: de Gentse haven enerzijds en de groeipool is van de haven van Antwerpen, met name de Waaslandhaven anderzijds. De haven van Zeebrugge ligt op een boogscheut van onze provincie. Ook de nationale luchthaven van Brussel die op amper 50km van Gent ligt, heeft uitstraling op het Oost-Vlaamse grondgebied. Oost-Vlaanderen is goed ontsloten zowel over de weg, met de kruising van de E40 en E17 in Gent als over de binnenwateren en het spoor. Oost-Vlaanderen mag dus zéker de ambitie hebben om het beste stuk logistiek te zijn van de bredere Vlaamse logistieke topregio.

Maar hoe kunnen we de positie van Oost-Vlaanderen nog verbeteren? Hoe kunnen we het behoud en de verdere uitbouw van Oost-Vlaanderen tot logistieke topregio aanpakken en verzekeren? Verleden jaar heeft, mede als een gevolg van een ronde-tafel initiatief over logistiek door de gouverneur, het provinciebestuur aan de POM Oost-Vlaanderen de opdracht toevertrouwd om een strategische studie te maken over de verdere logistieke uitbouw van Oost-Vlaanderen en concrete actieplannen voor te leggen. Eind mei 2008 was deze studie afgerond.

En vandaag, dames en heren, staan de resultaten van deze studieopdracht centraal op dit Negende Oost-Vlaams Economisch Forum. De POM heeft deze studie evenwel niet alleen aangepakt. Niet zonder trots maar ook met heel veel dankbaarheid naar hen toe werd deze studie gedragen door een consortium van de belangrijkste logistieke autoriteiten die in Oost-Vlaanderen activiteiten ontplooien of voor Oost-Vlaanderen van belang zijn. Zij hebben geparticipeerd niet alleen door de inbreng van hun competenties en heel veel tijd, maar ook in de medefinanciering van het geheel. Zonder ook maar één uitzondering hebben alle instanties die wij hebben aangesproken aanvaard om dit consortium te vormen. Ik noem ze hier allemaal:

  • het Havenbedrijf Gent
  • het Havenbedrijf Antwerpen
  • het havenbedrijf van Zeebrugge
  • Waterwegen & Zeekanaal
  • Infrabel
  • de Maatschappij voor de LinkerSchelde Oever
  • en tenslotte de vier Oost-Vlaamse streekintercommunales Land van Waas, Land van Aalst, DDS en Veneco.
  • Ook het provinciebestuur en de POM zélf natuurlijk hebben actief aan de studie meegewerkt.
  • Het Vlaams Instituut voor de Logistiek – het VIL – trad op als bijzondere adviseur en kwaliteitsbewaker.
  • Een studieconsortium onder leiding van Technum, stond, samen met een medewerker van de POM, in voor de concrete uitvoering van de studieopdracht en uitschrijven van het rapport.

Vandaag worden de hoofdlijnen van de studie geschetst en worden de grote actielijnen voorgesteld. Ze worden van commentaar voorzien door een panel waaraan alle leden van het consortium toegezegd hebben deel te nemen.

> Terug

Disclaimer

Top

© 2008 - webdesign by Nicolas Moerman