| Sofagesprek Trends Gazellen 2010 |
| Welke zijn de specifieke noden/problemen in Oost-Vlaanderen als gevolg van de (voorbije?) economische crisis? MDB; Uit de provinciale conjunctuurcurven tot en met februari 2010 blijkt dat deze in stijgende lijn gaat na het dieptepunt in maart 2009. Dit dieptepunt was het resultaat van een dalende tendens ingezet medio 2007. Momenteel zit de Oost-Vlaamse economie terug op het niveau van de tweede helft van 2003 wat nog ruim 10 punten onder de piek is van april 2007. De gezamenlijk conjunctuurbarometer van februari 2010 is een synthese van 4 onderliggende curven : industrie, bouw, handel en dienstverlening aan bedrijven. Enkel de conjuctuurcurve van de industrie is sedert het voorjaar 2009 in stijgende lijn. Die van de bouw is eerder wankel en die van de handel kreeg in februari 2010 een zware klap. Een belangrijke sociaal-economische indicator is het aantal werkzoekenden. Van alle Vlaamse provincies kent Oost-Vlaanderen de kleinste stijging tussen februari 2009 en 2010 : +9,6% tegen 12,3% voor Vlaanderen. Niettemin is een herstel van de arbeidsmarkt voor 2010 nog niet aan de orde. Het Planbureau verwacht voor Oost-Vlaanderen een toename van 5000 tot 10 000 bijkomende werkzoekenden. Pas in 2012 zou de werkgelegenheid terug het niveau van voor de crisis bereiken. De niet-marktdiensten zoals onderwijs, gezondheidszorg en de culturele sector zouden instaan voor ongeveer de helft van de nieuwe banen. Volgens de cijfers van Graydon telde Oost-Vlaanderen 1000 falingen in 2009, wat 17% meer is dan in 2007. In Vlaanderen bedroeg de toename 24%. In de eerste twee maanden van 2010 werden 188 ondernemingen failliet verklaard, evenveel als in dezelfde periode vorig jaar. De falingen maken slechts 13% uit van het totaal aantal stopzettingen. De rest (87%) zijn schrappingen die het gevolg zijn van gebrek aan opvolging, pensionering, ziekte of overlijden. Volgens de lijst met de 50 grootste sluitingen qua twerkstelling van Graydon waren de grootste sluitingen in onze provincie 2 bouwbedrijven, Faderi in Drongen en Bastiaen in Aalter met respectievelijk 73 en 66 verloren arbeidsplaatsen. Ook twee textielbedrijven, in Sint-Niklaas en Oudenaarde, een een chemisch bedrijf in Gent legden de boeken neer. Hier gingen telkens ongveer 50 banen verloren. In 2009 werden in Oost-Vlaanderen 8.560 nieuwe ondernemingen opgericht wat bijzonder hoog is. Ter vergelijking : in 2002 werden 5.666 ondernemingen opgericht, een stijging van ongeveer 50% dus. Een uitermate belangrijke indicator is de export. De uitvoer is van primordiaal belang voor Vlaanderen in het algemeen en Oost-Vlaanderen in het bijzonder. Dat is evengoed het geval voor de snelgroeiende economieën in Zuidoost-Azië die net als wij een exportcijfer per capita hebben dat tot de hoogste ter wereld behoort. Nochtans zouden de Oost-Vlaamse bedrijven, en specifiek de KMO's, zeker in tijden van economische crisis zich nog meer op de export moeten richten, en vooral ook op de groeimarkten, zoals de zogenaamde BRIC-landen in plaats van de buurlanden. Onze bedrijven moeten absoluut hun plaats verwerven in die groeilanden. Uit de meest recente beschikbare cijfers (export 2008) blijkt dat Oost-Vlaanderen met 20,5% van de toegevoegde waarde en 21,5% van de werkgelegenheid in Vlaanderen, slechts 13,8% vertegenwoordigt van de uitvoer. De exportquote is dan ook de laagste,op West-Vlaanderen na, van de Vlaamse provincies : 0,41 (d.w.z dat 41% van de gerealiseerde omzet uitgevoerd wordt) tegen 0,49 in het Vlaamse Gewest. Spijtig genoeg zijn er geen specifieke uitvoercijfers op provinciaal niveau beschikbaar, maar wat geldt voor Vlaanderen geldt in ieder geval ook voor onze provincie. Wat blijkt uit de cijfers van de 1e helft van 2009? Welke zijn de specifieke provinciale maatregelen voor bedrijven in het algemeen en starters in het bijzonder? De provincie blijft de nadruk leggen op innovatie, kenniseconomie en logistiek en voert via regiomarketing promotie voor Oost-Vlaanderen als vestigingsplaats voor hoogwaardige economische activiteiten. Via de subsidiëring van innovatie-initiatieven ondersteunt de provincie KMO's die geconfronteerd worden met technisch/technologische problemen. De subsidie die de provincie toekent voor het verduurzamen van het parkmanagement van bedrijventerreinen kadert eveneens in de optie om in te zetten op innovatie, kenniseconomie, logistiek en mobiliteit. Bovendien voorziet de provincie een budget van meer dan 300.000 EUR voor het toekennen van premies aan Oost-Vlaamse bedrijven die een lening hebben aangegaan om hun expansie te bevorderen. In 2009 werd het reglement aangepast om in te spelen op specifieke noden die zich tijdens de economische crisis voordoen. Het provinciebestuur besliste starters en overnemers die zich voor de eerste zelfstandig vestigen in hoofdberoep extra financieel te stimuleren bij de inrichting van hun zaak en bij de aankoop van beroepsmaterieel. Ook de sterk groeiende ondernemingen krgen een grotere focus. Het provinciebestuur brengt de sociaal-economische actoren samen ter stimulering van het ondernemersklimaat. De samenwerking tussen ondernemers, de professionele organisaties en de onderzoeks- en kenniscentra wordt aangemoedigd om te komen tot meer professionalisme, internationale groei en de ontwikkeling van innovatieve speerpunten. Daarnaast steunt het provinciebestuur de eigen exportgerichte ondernemingen in hun internationale werking. De provincie heeft een speciale band opgebouwd met de belangrijke groeilanden China en Vietnam. Onze bedrijven krijgen er actieve begeleiding via een permanent bureau dat instaat voor dagelijkse ondersteuning. Ook is de provincie als streekbestuur goed geplaatst om een voortrekkersrol te spelen in het creëren van ruimte om te ondernemen. De provincie levert nu al de milieu- en exploitatievergunning samen af voor categorie II-bedrijven, maar vooral: ze worden op tijd afgeleverd. Hier speelt het pro-actief beleid van de provincie een grote rol waarbij aan goede dossierbegeleiding gedaan wordt. En met het Huis van de economie, waar alle provinciale economische instellingen samen gehuisvest zijn, heeft het provinciebestuur een é&eacut;nloketfunctie gecreëerd waar de Oost-Vlaamse ondernemers met al hun vragen terecht kunnen. Wat is de tendens qua nieuwe startende ondernemers? Ongeveer de helft van de starters situeert zich in de tertiaire sector, waarvan nog eens 50% in de sector zakelijke diensten wat voornamelijk vrije beroepen zijn. Opvallend is het dalend aantal starters in de secundaire sector in vergelijking met 2008. De economische crisis heeft dus vooral toegeslagen in de industrie, een bij uitstek conjunctuurgevoelige sector. De bouwsector houdt echter goed stand qua oprichting van nieuwe ondernemingen. De bank- en verzekeringssector kreeg de grootste klappen. De hoogste oprichtingsquote (het aantal oprichtingen in verhouding tot het aantal actieve ondernemingen) situeert zich in de bedrijfstak "informatica en aanverwante diensten". Positief : voor het vierde jaar op rij stijgt het aandeel van de startende vrouwen. Meer dan één op drie starters is ondertussen en vrouw. Negatief : de overlevingsgraad (na 5 jaar) van startende ondernemingen daalt. Van de bedrijven die in 2005 werden opgericht is nu nog slechts 66% actief. In 2007 was dat nog meer dan 76%. Specifieke sectoren die voortouw nemen bij economische relance? Blijkbaar heeft Oost-Vlaanderen de crisis beter opgevangen dan de andere Vlaamse provincies. In onze provincie is de tewerkstelling meer evenwichtig gespreid over de verschillende sectoren. Ook de Oost-Vlaamse industriële activiteitenpijlers, namelijk de bouw, de automotive en het staal, hielden beter stand dan in andere provincies. En de overheidsmaatregel voor de tijdelijke werkloosheid heeft in Oost-Vlaanderen een heilzaam effect gehad. Bedrijven als Volvo Cars, Volvo Trucks en ArcelorMittal lijken onde |
| > Terug |
© 2008 - webdesign by Nicolas Moerman